Initiëren doe je zo

Algemeen

Wat doe je als je als regio’s ineens het stempel Initieerregio krijgt en niet weet wat dat precies betekent? Dan bundel je de krachten en ga je aan de slag.

Begin september kwamen bestuurders en ambtenaren uit de regio’s Groningen-Assen, Twente, Zuid-Limburg en Emmen samen met vertegenwoordigers van het Rijk tijdens het ‘Initieercongres’. Het doel? Kansen in kaart brengen en keuzes voorbereiden om de economische potentie van deze regio’s nog beter te benutten en tegelijkertijd te werken aan brede welvaart voor alle inwoners. Het resultaat? Een stampvolle zaal met positieve energie en een stevig startpunt voor een nieuwe langjarige samenwerking tussen de regio’s en het Rijk.

VISTA-model als nieuw ruimtelijk sturingsinstrument

In de ontwerp-Nota Ruimte, de nationale omgevingsvisie van september 2025, staat de verdeling van de schaarse ruimte in Nederland centraal. Het Rijk heeft de intentie hierin stevig de regie te pakken. Het nieuwe sturingsinstrument hiervoor is het VISTA-model. Met dit model verdeelt het Rijk Nederland in verschillende regio’s die ieder een eigen aanpak vragen als het gaat om verstedelijking en economie.

VISTA staat voor versterken, initiëren, stimuleren, transformeren en accommoderen. Het model maakt zichtbaar dat er buiten het huidige economische kerngebied regio’s zijn met een strategische ligging in Europa en een eigen ruimtelijk-economisch potentieel dat op dit moment onderbenut is.

De regio’s Groningen-Assen, Twente en Zuid-Limburg zijn in de ontwerp- Nota Ruimte daarom aangewezen als initieerregio’s. Hier moet ‘een schaalsprong plaatsvinden met een onderscheidende ruimtelijk-economische ontwikkeling’. Wat dit precies betekent en hoe die ontwikkeling vorm moet krijgen, bleef in de nota echter onduidelijk.

Regio’s onmisbaar in nationale ambities


Die onduidelijkheid hield regio’s niet tegen. Integendeel, ze zagen direct kansen maar hadden wel behoefte aan een concretisering. Dankzij de combinatie van sterke steden, innovatieve bedrijven, kennisinstellingen en een strategische ligging in het Europese netwerk beschikken de regio’s over het potentieel om een substantiële bijdrage te leveren aan de grote nationale opgaven op het gebied van economie, wonen, mobiliteit en brede welvaart. De nationale AI-fabriek landt in Groningen. Zuid-Limburg versnelt vanuit een dynamische Europese regio de transities naar duurzame industrie en toekomstbestendige gezondheidszorg. De hightechindustrie en de specialistische kennis die de chipsector, defensie en medtech nodig hebben, staan in Twente. De drie regio’s zijn daarmee onmisbaar voor het waarmaken van de nationale ambities. Het VISTA-model erkent dit. Bovendien sluit het aan bij de koers die de regio’s al hebben ingezet binnen hun samenwerkingsverbanden en met instrumenten zoals regionale verstedelijkingsstrategieën, omgevingsvisies en woonvisies. Het gaat erom per regio slimme arrangementen te vinden om de ingezette ontwikkelingen te verstevigen en verder uit te bouwen, zodat alle inwoners en ondernemers hier de vruchten van kunnen plukken.

Heft in eigen hand

Het besluit om gezamenlijk het heft in eigen hand te nemen en te laten onderzoeken wat initiëren zou kunnen betekenen, was vlot genomen. Bureau voor ruimtelijk ontwerp en strategie PosadMaxwan werd in de arm genomen en werkte de afgelopen periode aan een ontwerpend onderzoek om het begrip Initieerregio’s te laden. Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Elanor Boekholt-O’Sullivan kreeg tijdens het congres het concept-exemplaar alvast overhandigd. Dat was niet toevallig, want op haar ministerie werd op dat moment de laatste hand gelegd aan de Nota Ruimte die nog dit najaar in de Tweede Kamer wordt behandeld.

Wat is nodig voor een schaalsprong?

Tijdens het congres nam Emile Revier van PosadMaxwan aanwezigen mee door de hoofdlijnen van het onderzoeksrapport. Te beginnen met het duiden van het begrip schaalsprong. De genoemde schaalsprong draait om het vergroten van de agglomeratiekracht die er in de regio’s al is, tot het niveau waarop die zichzelf versterkt. Dan zijn bedrijven, kennisinstellingen en talent goed met elkaar verbonden in een levendig ecosysteem. Daarvoor zijn bewuste keuzes nodig op vijf dimensies tegelijk: de economische motor, het menselijk kapitaal, de ruimtelijk-economische condities, de sociaal-ruimtelijke condities en het bestuurlijk-institutioneel kapitaal. Investeringen renderen pas wanneer ze op alle fronten gelijktijdig op orde zijn, zo betoogt het onderzoek. Het gaat er daarbij nadrukkelijk niet om alles opeens anders te doen, maar om een nieuw perspectief gebouwd op aanwezige kennis in de regio’s. Wie dat goed doet, kan de opwaartse spiraal blijvend aanzwengelen.

Waar in de regio’s al sprake is van duidelijke opwaartse bewegingen, doen zich tegelijkertijd neerwaartse bewegingen voor.  Zo vertrekt er nog te veel talent uit de regio’s, remt netcongestie vernieuwende industrie en woningbouw, missen er essentiële schakels in de infrastructuur en is het de vraag of de geplande woningbouw wel past bij de toekomstige bevolking. Ook is de keten van kennis naar productie nog te vaak gebroken. Met gerichte keuzes en langjarige investeringen in de vijf dimensies is het goed mogelijk een neerwaartse spiraal te beïnvloeden.

Kansen die tot keuzes dwingen

Waar liggen de kansen? Nederland kent steeds meer een kennisintensieve economie omdat onze welvaart steeds minder afhankelijk is van fysieke arbeid of grondstoffen, en juist meer van de creatie, verspreiding en toepassing van hoogwaardige kennis. We maken nog wel producten, maar die zijn veelal hoogtechnologisch, complex en ingebed in een netwerk van hightechindustrie. Door kansrijke sleuteltechnologieën, zoals energiematerialen en defensie gerelateerde toepassingen, te kruisen met groeimarkten en bedrijven die daarin actief zijn, ontstaat per regio een kansenkaart.

De hamvraag is vervolgens: waar zou je je als regio (verder) in willen en kunnen specialiseren? En daarna: welke kennis heb je daarvoor nodig, waar worden deze mensen opgeleid en hoe houd of krijg je ze in de regio? Welk woon- en voorzieningenaanbod is nodig voor een prettig leefklimaat en hoe zit het met de verbinding tussen woon- en werkgebieden? Krijgen bedrijven de ruimte die ze nodig hebben? Met deze vragen gingen groepen deelnemers in werksessies aan de slag. Nog lang niet overal is nu al een concreet antwoord op te geven, maar de denkwijze werd tijdens het congres breed omarmd.

Langjarige koersvastheid nodig van het Rijk

Een voorwaardelijke stuwende en sturende kracht is het bestuurlijk-institutioneel kapitaal op zowel lokaal, regionaal als landelijk niveau. Langjarige zekerheid maakt private investeringen mogelijk en houdt samenwerkingen in stand. Versnippering en korte termijnbeleid beleid ontnemen alle partijen de horizon die een schaalsprong vraagt. Dit was dan ook de meest dringende oproep aan de minister. De regio’s willen graag het voortouw nemen, maar hebben langjarige koersvastheid en steun vanuit het Rijk nodig. De blik is daarbij minimaal gericht op 2050. De aanpak vraagt bovendien van alle partijen een integrale werkwijze over grenzen van departementen, gemeenten en soms ook landen heen. Het Rijk maakt die beweging al steeds meer met Taskforces, Versnellingstafels en Omgevingstafels. ‘Laten we niet nog meer tafels samenstellen, maar waar nodig een stoel bijschuiven’ riep de minister op.

Inzetten op een inclusieve schaalsprong

Naast de oproep om lange termijn commitment, leverende het congres nog een aantal andere concrete aandachtspunten op voor het vervolg. Het eerste aandachtspunt werd onderstreept door de bijdrage van econoom Paul Schenderling en draait om het begrip inclusieve schaalsprong. Want bij wie komen de baten en lasten de schaalsprong terecht? Hoe zorgen de regio’s ervoor dat er een inclusieve schaalsprong komt waar echt alle inwoners en ondernemers van profiteren? Niet alleen kenniswerkers, maar ook praktisch geschoolden en het MKB. Niet alleen de top van het bedrijfsleven, maar ook de medewerkers op de productievloer. In het verlengde daarvan diende zich het tweede aandachtspunt aan: hoe bewaken de regio’s de leefbaarheid en de landschappelijke kwaliteit? Hoewel er volop ruimte lijkt te zijn, ontstaat op dit punt ook in de regio’s spanning. Ook hier stapelt het aantal ruimtelijke claims zich op. Terwijl de ruimtelijke kwaliteit nu juist zo’n belangrijke troef is voor de brede welvaart met gelukkige en gezonde inwoners.

De schaalsprong moet terecht komen bij inwoners in banen, wonen en een aantrekkelijke leefomgeving. Maar levert dat altijd op alle punten winst op? Dat is niet realistisch. De regio’s komen daarin voor pittige keuzes te staan. Het gaat niet zonder meer om groei, maar om kwalitatieve groei benadrukte Schenderling. Hij pleit er bijvoorbeeld voor om kritischer om te gaan met steun aan bedrijven. Ondersteun met publiek geld alleen bedrijven die voldoende investeren in onderzoek en onderwijs, die zich binden aan regio en zich committeren aan inclusiviteit. Hier liggen grote kansen in het MKB. Help daar de productiviteit te vergroten door te ondersteunen bij kennisontwikkeling en organisatiegraad.

De scherpe lezer vraagt zich inmiddels wellicht af waarom de regio Emmen ook bij het congres was. Emmen was toch geen Initieerregio? Deze regio is er met een stevige lobby en een werkbezoek ter plaatse ‘op overtuigende wijze in geslaagd zich te bevorderen tot Initieerregio’ aldus minister Boekholt-O’Sullivan. Om hier direct aan toe te voegen dat het geen kwestie van ‘beter of meer kans op geld is om een andere letter toebedeeld te krijgen’. Want daarover is de minister helder. Ze kwam volgens verwachting niet met een zak geld naar Assen.

Het is nu zaak per initieerregio, samen met onder meer kennisinstellingen, ondernemers en andere (maatschappelijke)partners, te komen tot langjarige ontwikkelagenda’s. Die willen de regio’s maken als volwaardig samenwerkingspartners van het Rijk. Dat was de gezamenlijke conclusie van het congres. Deze agenda’s moeten richting geven aan gezamenlijke, investeringen, prioritaire projecten en de benodigde afspraken over governance, financiering en uitvoering. Afgaand op de energie die loskwam tijdens het congres, staan die ontwikkelagenda’s al spoedig in de steigers. Aan het einde van het congres klonk Prachtig mooie dag van Daniel Lohues. Een toepasselijk slotakkoord.

 

 

Gerelateerde artikelen

Van potentie naar praktijk: samen werken aan sterke regio’s

Algemeen

Danny Mevissen nieuwe programmamanager Onderwijs & Arbeidsmarkt bij ESZL

Algemeen

Belangrijke stap in samenwerking naar één Economic Board voor Limburg

Algemeen
Menu